Advent


De adventtijd zijn de laatste 4 weken van de zwangerschap van Maria.

Advent is een tijd van inkeer. De naam komt van het Latijnse woord ‘adventus’ en betekent komst. De komst van het licht met kerstmis.


Wanneer we kijken naar ieder individu kan men zich afvragen: “Welk licht en in welke mate komt het bij mij?” Wat heb ik vorig jaar “geplant” in het voorjaar, gevoed in de zomer en hoe heeft dit als vrucht mogen rijpen tot in de herfst? Is de vrucht al rijp om te oogsten of heeft dit nog een seizoen/ jaar nodig zodat ik volgend jaar kan oogsten? Wat waren mijn dromen, wensen? Wat heb ik er als voeding aan gegeven? Was dit genoeg? Ben ik vol vertrouwen? Kan ik beslissen om te oogsten? Ben ik bereid te delen? De advent tijd zijn de weken waarin dit soort vragen, bewustwordingen en gedachtes aan toegewijd kunnen worden. Dat men deze periode kan over denken, en voelen wat er klopt.



De eerste week van de advent vertegenwoordigd de mineralen wereld. We leggen een steen of schelp op de seizoenstafel. Hier ligt de focus op de bouw van het lichaam. De mineralen, de botten die we nodig hebben om rechtop te kunnen staan en waarmee we onze kwetsbare delen kunnen beschermen. De “verharding” die we nodig hebben om onze doelen/ wensen te kunnen verwezenlijken.




De tweede week van de advent vertegenwoordigd de wereld van de planten. We zetten een plantje op de seizoenstafel.

Planten hebben de kwaliteit dat ze vanuit een eigen innerlijke kracht groter kunnen groeien. Wanneer de omstandigheden optimaal zijn kan een plant groeien, bloeien en door zaadvorming verder verspreiden en zijn unieke kwaliteiten neer zetten in de wereld.



De derde week vertegenwoordigd de wereld van de dieren. We zetten de schaapjes op de seizoentafel.

Zij hebben een fysiek lijf, innerlijke groeikracht en hierbij hebben zij driften die hun sturen om te kunnen overleven. Wanneer een dier honger heeft zal het op zoek gaan naar eten. Wanneer het moe is zal het gaan slapen, wanneer het tijd is zal het zich voortplanten om te zorgen dat zijn soort, dat belangrijk is het ecosysteem, in het systeem blijft. Het dier neemt actie op zijn innerlijke driften. Het doet wat er gedaan moet worden en denkt daar verder niet over na.



De vierde week vertegenwoordigd de wereld van de mensen. We zetten een engel op de seizoenstafel.

Het gaat over het IK. Wie ben ik, wat doe ik, waar word ik gelukkg van, wat vind ik belangrijk in het leven. Wat zijn mijn doelen of wensen? De mensen kunnen nadenken over alles. Het kan kiezen. Bijvoorbeeld: een mens kan kiezen om te eten wanneer het honger heeft of je kiest om te eten wanneer het je beter uitkomt wat planning betreft. Mensen kunnen nadenken. Gevolgen overzien, kiezen of ze de concequenties dragen van hun keuze of dat ze andere consequenties makkelijker vinden en daarop hun keuze maken.

Dit zijn kwalteiten die de mens heeft. Hier gaat het om het daadwerkelijke licht in jezelf, voor jezelf. Wanneer dat schijnt bereikt dat de omgeving om je heen.


Wat doen wij bij Peninna in deze periode:


Bij peninna kleden we de jaartafels aan waarbij ze de vier weken van de advent kunnen dienen. In de eerste week staat er de spiraal met de vier kaarsjes voor de adventzondagen. Er zijn stenen en schelpen om iedere dag 1 neer te leggen vanaf 1 december tot 24 december. De jaartafel groeit in deze 4 weken mee met de advent en zijn daarbij horende kwaliteiten. De stenen, de planten, de dieren en het ik. Ieder ochtend staan we stil bij advent, samen met de kinderen leggen we de stenen neer, steken we de kaarsjes aan en zingen de advent liedjes, en bakken lekkere koekjes en sterrenwentelteefjes.


Liedjes die wij bij Peninna zingen samen met de kinderen:


Stil nu

Stil nu, stil nu. Maak nu geen gerucht

Stil nu, stil nu. ‘t Ruist al door de lucht

‘t Wonder komt heel zachtjes aan

‘t Kerstkind wil naar binnen gaan

Stil nu, stil nu. Maak nu geen gerucht


Het is weer zo ver, het is weer advent

Het is weer zo ver, het is weer advent

Kijk hoe het eerste kaarsje brandt

Een vuurtje dat loopt, dat maakt ons bekend

Licht zal er komen, licht in ons land

Wat een geluk en zing het maar luid

Lichtje ga nimmer, ga nimmer meer uit.



Sjok sjok sjok gaat het ezeltje

Sjok sjok sjok daar liep het ezeltje

helemaal naar Bedlehem.

Sjok sjok sjok daar liep het ezeltje

helemaal naar Bedlehem.

O Maria was zo moe,

ze deed af en toe haar ogen toe.


Sjok, sjok, sjok daar liep het ezeltje,

Jozef zocht naar onderdak

Sjok sjok sjok liep het ezeltje

Jozef zocht naar onderdak

Maar ze zeiden het spijt ons zeer,

we hebben helaas geen slaapplaats meer.


Hop, hop, hop liep het ezeltje,

Want het rook een warme stal

Sjok,sjok,sjok liep het ezeltje

Want het rook een warme stal

Daar en wie had dat gedacht

Wert jezus geboren in die nacht




Sterrenwentelteefjes maken


Wat heb je nodig:

  • 12 of 16 sneetjes brood zonder korst

  • 3 eieren

  • 150 ml melk

  • 1 theelepel kaneelpoeder

  • 2 eetlepels vloeibaar bakproduct

  • poedersuiker naar smaak

Steek of snij het brood uit in een sterrenvorm. Klop de eieren met de melk en kaneelpoeder los in een grote schaal. Verwarm een grote koekenpan en verwarm de oven op 75 graden om de wentelteefjes straks warm te houden. Bestrijk de pan steeds met een kwastje met het vloeibare product. Doop de broodvormpjes om en om in het eierbeslag en bak ze aan beide kanten goudbruin. Leg ze op een schaal en houd ze warm in de oven tot de laatste broodvormpjes gebakken zijn.

Bestrooi de wentelteefjes voor het serveren met poedersuiker.